Ingrijpende maatregelen en het vermeende sociaal contract

Laatste verbetering 17 juni 2021

Is de avondklok de meest ingrijpende maatregel ? Werd destijds gevraagd.

Het sluiten van eet/drinkgelegenheden, winkels, musea, theaters en andere zaken is enorm ingrijpend. Het lijkt er op dat de omvang onvoldoende erkend wordt.

Er was een ongeschreven regel over de scheiding van zeggenschap en invloed.

Elke sector, branche of organisatie bepaalt de eigen regels. Niet-inmenging is de norm. Dat komt voort uit de natuurlijke neiging om autonomie te respecteren. Wie gaat ondernemers of beroepsbeoefenaren zeggen hoe ze het moeten doen? (Het gaat niet om adviezen maar om voorschriften en bevelen.

Zulke inmenging is (was) in onze maatschappij een uitzondering. Het verloopt meestal via de Staat.

Er is een ongeschreven en weinig besproken regel over de relatie overheid – maatschappij: het sociaal contract. Het is een ideaal beeld met ongeveer deze inhoud.

De overheid mag regels opleggen en belastingen. Die bevoegdheden zijn begrensd en bepaald door internationaal en nationaal recht. De overheid werkt in het algemeen belang. Burgers en organisaties hebben veel vrijheid maar volgen alle regels en wetten op.

Een ding klopt niet: het sociaal contract bestaat niet. Het staatsbestel, de overheid, de wetgeving, bestuurlijk Nederland en meer zijn gebaseerd op een fictie.

De bevoegdheden zijn niet door het volk aan de Staat verleend.

De Staat heeft nooit het zeer ingrijpende recht op belastingheffing gekregen op een goede manier: een referendum waarbij 95 (of 100) procent voor moet stemmen. Dat recht zou elk jaar hernieuwd moeten worden, naast andere voorwaarden.

Waar halen de regering en de Staten-Generaal het recht vandaan om wetten te maken ?

Zo gezien is al het handelen van bestuurlijk Nederland de jure illegaal.

Echter iedereen handelt volgens het sociaal contract zodat het de facto de norm is. En ‘wie zwijgt stemt toe’. Verder draagt stemmen bij aan de legitimatie.

Ook vrijheid is de norm zoals artikel 1 van het Burgerlijk wetboek stelt:

Allen die zich in Nederland bevinden, zijn vrij en bevoegd tot het genot van de burgerlijke rechten.

Er geldt: de Staat mag niets tenzij op correcte wijze een wet gemaakt is.

Niet: de Staat mag alles, tenzij situaties of (rechts)personen uitgezonderd worden.

Ga maar na hoe weinig de Staat te zeggen heeft over winkels, behalve de sluitingstijden en de Warenwet.

Daarom is het onvoorstelbaar dat de Staat alle bedrijven in een branche opdraagt de activiteiten te staken. Laat staan voor maanden, laat staan meerdere branches. Dit gaat alle perken te buiten. Wetten die schadelijk zijn en geen helder, aantoonbaar nut hebben vallen in de categorie onredelijk. Wetgeving is alleen denkbaar en bestaanbaar in het redelijke domein.

Op dat moment (sluiting bedrijven) zouden de betrokken ondernemers en hun koepels moeten zeggen: ‘Mooi niet, we blijven open en gaan zo nodig verstandige maatregelen treffen’.

Maar het tegenovergestelde gebeurde: er kwam geen protest, en winkeliers en koepels bedachten zelf maatregelen: schermen bij de kassa’s, looproutes en winkelwagen-ontsmetting.

Wat volgt hier uit

    • Er is te weinig besef van de rol, de macht van de overheid;
    • Ondernemers onderscheiden zich niet van het publiek, allen geloven in meerderheid in de noodzaak van een machtige overheid en het opvolgen van de maatregelen, kortom in het sociaal contract.