Beter bestuur

Een democratisch dus beter bestuur

Het akelige is: er is geen democratie. Burgers hebben geen invloed op het maken en het uitvoeren van beleid. Ambtenaren en (deel)raadsleden horen burgers beleefd aan en vertellen dan waarom het voorstel of het beleid toch juist is. Dat heet dan inspraak.

De kloof tussen inwoners en bestuur (en tussen professionals en cliënten) wordt vooral door het bestuur in stand gehouden.

Het stadsbestuur is vaak omgekeerd of anti-democratisch. Bij alle projecten is de zeggenschap van de inwoners nihil. De nota van beantwoording met inspraakreacties is een belangrijk document, maar het wordt pas kort voor het debat in de raad openbaar gemaakt zodat geen van de fracties er naar verwijzen.

Bij de referendums over de Noord-Zuidlijn en IJburg ging de gemeente zelfs in tegen de keuze van de meerderheid.

Het bewind is autoritair (in Amsterdam en Nederland): kop de overheid wint, munt de burger verliest.

Een upgrade voor het bestuur

Het bestuur dat ik voor ogen heb is wijs, nuchter, open, transparant en creatief. Idealen, voorstellen en opvattingen worden altijd getoetst aan de werkelijkheid en de opvattingen bij de bevolking.

zie verderop

Men stelt zich democratisch en dienend op; zeggenschap voor de burgers is vanzelfsprekend.  Het stadsdeel is éen vereniging.

Voor grote projecten zoekt men vanaf het begin draagvlak en instemming bij de bevolking. Ook de voornaamste stappen daarna moeten goedgekeurd worden. Bij kleine projecten zoals herinrichtingen gaan gemeente en betrokken bewoners samen aan een plan werken.

Daarbij kunnen we deze methoden en middelen gebruiken: sociocratie (zie subpagina) en loomio.

Sociocratie is een methode of filosofie voor organisaties en bedrijven. Maar het verschil met een stadsdeel is klein. Het zijn groepen die er samen uit moeten komen en de leden zijn gelijkwaardig. Er zijn ook overeenkomsten tussen een vereniging van eigenaren (of een volkstuin-vereniging) en een stadsdeel. Er moet veel gebeuren: onderhoud, reparaties, vernieuwing en meer. Alle leden betalen een bijdrage, maar wie regelt het en bepaalt het beleid ?

In een VvE vormen een paar vrijwilligers het bestuur. Zij regelen alles, sturen de dienstverleners aan en bereiden de besluiten voor. Dit is een goed model (met het oog op het stadsdeel), het heeft als voordelen:

  • het bestuur staat dicht bij de leden, er is geen kloof,

  • de bestuursleden zijn goed gemotiveerd,
  • alle grote uitgaven en besluiten moeten door de ledenvergadering goedgekeurd worden,

  • het bestuur kan veel kleine zaken zelf afhandelen omdat zij het stilzwijgende vertrouwen hebben van de leden.

Want leden en burgers hebben weinig zin en tijd om te besturen. En het bestuur van een VvE heeft ook te weinig tijd. Het is daarom nodig of toegestaan dat een bestuur zelf het type en de leverancier kiest bij vervanging van lampen. Het organiseren van gezamenlijke beslissingen kost tijd, ook al doe je een simpele online peiling. Loomio maakt dit makkelijker.

Alle inwoners (van 15 jaar en ouder) ontvangen eenmalig een oproep in de brievenbus om online mee te denken en te stemmen. Zo kan iedereen altijd meedenken en meebeslissen. Op elk moment zijn dan diverse kwesties in behandeling.

Het bestuur van het stadsdeel zou bij elk onderwerp moeten afwegen op welke manier de bevolking betrokken kan worden.

  1. Er is weinig reden voor gezamenlijke besluitvorming: het bestuur geeft zo veel mogelijk informatie over het plan of de actie.

  2. Er is veel reden voor gezamenlijke besluitvorming: het bestuur schetst twee of drie varianten en legt ze voor aan de kiezers. Eerst bespreken de meest geïnteresseerden de voor- en nadelen van de varianten. Het streven is om twee uitgewerkte varianten in stemming te brengen.

  3. Het is mogelijk dat uitvoering, of zeggenschap veel meer bij de betrokkenen gelegd wordt. Bij welzijn en zorg bij voorbeeld kunnen de zorgverleners en de cliënten veel zelf organiseren. Het bestuur ziet er slechts op toe dat dit goed verloopt.

Er is nu vrijwel geen burger-participatie in Amsterdam, dus er moet nog flink gewerkt worden aan de nieuwe manieren van besluitvorming. We kunnen de kennis gebruiken die in minder autoritaire gemeenten al aanwezig is (zie democraticchallenge).

Ik verfris de lokale democratie

Ik heb de tien beloftes van Ik verfris de lokale democratie ondertekend (als eerste amsterdammer en nog de enige op 15 maart).

De initiatiefnemer Hein Albeda schreef een toelichting die ik deel, met

Participatie en inspraak worden vaak in een adem genoemd. Dat gaat dan over de vraag wat bewoners vinden van plannen voor een gebied. Het is vooral het testen van draagvlak voor bepaalde voorstellen om niet in een later stadium politiek te worden verrast. Terwijl de bedoeling van de politiek vaak is om echt samen te zoeken naar nieuwe oplossingen. Mensen hebben na de inspraak niet de indruk dat zij zelf ook verantwoordelijkheid dragen voor de gekozen oplossingen. Het zijn niet hun plannen.

Het betrekken van burgers, bewoners, bedrijven kan veel beter en iedereen heeft daar voordeel van. Het gaat niet over inspraak en meepraten, maar ook over

  • agenderen -waar moeten we het over hebben ?
  • onderzoeken -hoe gaat het nu, wat gebeurt er ?
  • delibereren -wat vinden we van de feiten en gebeurtenissen …
  • besluiten -dit gaan we doen om dit doel te bereiken
  • controleren (gebeurt inderdaad wat we hoopten ?
  • aanpassen -als we merken dat het beter kan.

 

 

Please Login to Comment.