Mulder-zaken gewonnen en verloren

Hoe oordeelden kantonrechters over de aanklacht tegen de Mulder-praktijk ? We bezien twee beroepzaken.

Beroep gegrond, met bizarre motivering

[okt. 2023 – jan. 2025]

Mijn beroep tegen een boete wegens (iets) sneller rijden dan toegestaan (in Noordwijk) werd gegrond verklaard. Voor het eerst na vele procedures, dus ik kan blij zijn. Maar de motivering is zo vreemd dat het onzeker is of het een precedent schept.

Ik ging in oktober 2023 in beroep tegen een Mulder-boete met een korte versie van mijn beroepschrift. De beslissing van het OM kwam na vier maanden, op 13 februari 2024. 

Ik vermoed dat het door een AI-assistent is gemaakt. In mijn beroep stond

U stelt in uw beslissingen soms dat uit het zaakoverzicht blijkt dat de verbalisant de sanctie heeft opgelegd.

  1. Er is kennelijk geen proces-verbaal gemaakt, waarom ?
  2. In een eerder zaakoverzicht staat: “Toelichting verbalisant” en “Doordat de overtreding met een mobiele radar is geconstateerd bestond er geen mogelijkheid tot staande-houding van de bestuurder. Daarom is op kenteken bekeurd.” Deze uitingen maken het waarschijnlijk dat

Het OM

U geeft aan dat u niet bent staande gehouden, terwijl dat volgens u wel mogelijk was. []

Tevens stelt u dat het CJIB (Centraal Justitieel Incassobureau) niet bevoegd is om beschikkingen op te leggen.[]

Verder geeft u aan dat van de gedraging geen proces-verbaal is opgemaakt en dat daarom de sanctie onterecht is opgelegd.

Het eerste is onwaar, het tweede stond niet met zoveel woorden in dit beroep en het derde is half waar.

 

Op 1 april stuurde ik het volledige beroepschrift voor de kantonrechter. Het CVOM (centrale verwerking) moet de zaak overdragen naar de rechtbank, binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld (WAHV art. 11.1.

Die betaling deed ik op 29 februari. Het doorzenden gebeurde rond 19 november, na bijna negen maanden. (Op 30 september meldde het OM de overdracht aan de rechtbank, binnen 8 dagen …)

Ik weet niet of het OM andere zaken zo lang vasthoudt. In 22/23 werd mijn zaak 8 maanden vastgehouden. meer over termijnen met antwoorden van het CVOM

Tijdens de zitting (7 januari) was ik in Spanje. De uitspraak volgde op 21 januari.

Betrokkene stelt dat de boete niet is opgelegd door een ambtenaar, maar geheel geautomatiseerd is binnengekomen 1.

Ook stelt betrokkene dat hij niet is staande gehouden, terwijl dat wel mogelijk was 2, dat het Centraal Justitieel lncassobureau niet bevoegd is om beschikkingen op te leggen 3 en dat van de gedraging geen proces-verbaal is opgemaakt 4.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep gegrond te verklaren. De vertegenwoordiger heeft daarover in het bijzonder aangevoerd dat het CVOM niet kan aantonen dat de bebording in orde was 5.

Oordeel: Het beroep is gegrond.

Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep gegrond te verklaren, nu niet kan worden aangetoond dat de flitspaal ten tijde van de gedraging aan de gestelde eisen voldeed 6a.

De kantonrechter zal, alles afwegend en mede gelet op artikel 6:19 Awb, de vertegenwoordiger van de officier van justitie hierin volgen en het beroep gegrond verklaren.

Het zaakdossier bevat geen schouwrapporten waardoor niet kan worden aangetoond dat de flitspaal ten tijde van de gedraging aan de gestelde eisen voldeed. 6b

De gedraging kan daardoor niet worden vastgesteld. De bestreden beslissing dient dan ook te worden vernietigd.

Beslissing:

De kantonrechter:

  • – verklaart het beroep gegrond;
  • – vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
  • – vernietigt de initiële beschikking []

U ziet het goed: mijn argumenten (1 en 3) worden genoemd maar niet gewogen of beoordeeld.

Punten 2 (niet staande gehouden) en 4 (geen proces-verbaal) waren geen gronden in het eerste beroepschrift maar stonden wel in de beslissing van het OM, zoals zojuist opgemerkt.

De Officier van Justitie gaf een verknipte beslissing en gaf op de zitting twee argumenten ten gunste van de betrokkene. Dat laatste is ongebruikelijk, zelfs bizar. En rechter Wieringa merkte dit niet op. Door tijdsdruk of om een andere reden ?

Ook vreemd: de Officier van Justitie noemt (het gebrek bij) de bebording (5) en de rechter de flitspaal (6a/b). In 6b gebruikt de rechter ten onrechte het woord ‘schouwrapporten’ want die gaan over de bebording. Dit is verre van zorgvuldig.

Punt 5 is de wereld op z’n kop: het ontbreken van verkeersborden of schouwrapporten wordt door betrokkenen aangevoerd, nooit door het OM.

Of de dossiers altijd  een schouwrapport bevatten weet ik niet. In een zaak werd bezwaar gemaakt vanwege het ontbreken van een verkeersbord voor een trajectcontrole. Het gerechtshof merkte op dat in het proces-verbaal een controle (schouw) van de bebording werd genoemd, 9 dagen voor de overtreding en geen controle erna. Zo ontstond bij het hof “gerede twijfel” of op de pleegdatum borden aangaven dat de maximumsnelheid 100 km/u was. De beschikking werd vernietigd. De raadsheer onderzocht niet of de betrokkene al op de A2 reed of van de oprit kwam. In het eerste geval zou het laatste geziene A01-bord gelden ? Wat stond bij het begin van de oprit ? 

Zoals gezegd: het is onzeker of het een precedent schept. Een jaar eerder negeerde een kantonrechter bijna hetzelfde beroepschrift en ging mee met het OM. Maar zouden OM en rechter zo handelen als mijn argumenten weerlegbaar zijn ?

 

De zaak Zalk

In mei 2025 passeerde ik met gepaste snelheid (81 km/u, gemeten) een flitspaal op een lege autoweg. Niets bijzonders maar bestuurlijk Nederland vindt van niet en stuurde een boete. Op dat stuk van de N50 is de snelheidslimiet 70 km/u voor de stoplichten die verzorgingsplaats Zalkerbroek ook voor de andere rijbaan bereikbaar maken. Elders geldt de (RVV)limiet van 100 km/u (behalve bij Kampen.

In principe heeft een autoweg geen gelijkvloerse kruispunten, vanwege de hoge snelheden. En evenmin stoplichten.

De verzorgingsplaats (Zalkerbroek) moet uit beide richtingen bereikbaar zijn. Een ongelijkvloerse aansluiting zou te duur zijn (of stikstof?) en men koos voor stoplichten.
De beslisketen: verzorgingsplaats bereikbaar > stoplichten > limiet 70 km/u > 2 flitspalen (alleen snelheid, geen roodlicht gek genoeg) levert een bonnenberg op.

De twee palen leverden samen 28-duizend boetes op in 2024; de ene staat op plek 20 qua ‘instroom’. Ze zijn kennelijk in 2023 geplaatst: in dat jaar samen tweeduizend bonnen.

Arcadis: stelde in juli 2022

Een gelijkvloers kruispunt met verkeerslichten op een 100 km/h stroomweg ligt niet in het verwachtingspatroon van de weggebruiker. Het verkeerslicht staat vaak op groen []. In combinatie met [] twee opstelstroken [] zijn de passeersnelheden mogelijk hoog en bestaat er risico op roodlichtnegatie.

Volgens het AD (juli 2023) adviseert Arcadis de verkeerslichten weg te halen. Dat is de beste oplossing; een auto kan de twee stroken in twee of drie tellen oversteken. Het zicht moet natuurlijk vrij zijn.

De overheid maakte nog een fout: voor de lagere limiet vond ik geen verkeersbesluit, waardoor hij ongeldig is: alle boetes onterecht. In september 2025 legde ik dit voor aan het CVOM.

Op 30 juni diende ik het beroep in. Het OM reageerde op 18 augustus met een -gevraagde- bel-afspraak (24-9), 2 foto’s en een zaakoverzicht.

Het OM kon niet beslissen voor 11 november en verlengde de termijn met 10 weken naar medio januari 2026. Het besluit kwam ‘al’ op 25 november.

Het OM verklaart het beroep ongegrond met dit argument

De medewerkers van het CJIB die de beschikkingen opleggen zijn hiertoe bevoegd. Zij zijn bij algemene maatregel van bestuur aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. Tevens stelt u dat de verbalisant niet bevoegd was om de beschikking op te leggen. De officier van justitie wijst u er op dat de beschikking is opgelegd door een verbalisant met een algemene opsporingsbevoegdheid. De verbalisant is daarom ook in deze zaak bevoegd om een beschikking op te leggen.

Ook de andere gronden [] zijn [] ontoereikend of onvoldoende onderbouwd om de sanctie te vernietigen [].

Het is duidelijk: het OM heeft geen verweer tegen mijn standpunt. In het beroepschrift (500 woorden) noem ik drie gebreken, waarvan twee afgedaan worden zonder onderbouwing. Mijn derde grond (vier punten waarom de BOA’s niet bevoegd zijn) doet het OM af met éen argument (aangewezen bij AMvB) vervat in een stuk met herhalingen.

[Het OM stuurde ook het hoor-verslag, een lijst met schouw-datums en het proces-verbaal van een schouw bebording. Dit in reactie op de vraag in het beroepschrift: De bestuurder betwijfelt of de maximumsnelheid op een juiste wijze werd aangegeven op dat wegvak. Kunt u dit aantonen ? Lees hierboven hoe het OM in de vorige zaak de bebording benutte als uitweg. ]

In mijn beroepschrift aan de kantonrechter komt het gebrek aan tegenargumenten goed naar voren; het is ingediend op 1 december. Het CVOM moest de zaak herbeoordelen en de sanctie intrekken of de zaak binnen zes weken naar de kantonrechtbank sturen.

Die termijn verstreek op 12-1 en vanaf 15 januari drong ik aan op actie middels e-mails, een klacht bij de Nationale ombudsman en een ingebrekestelling. Op 6 februari meldde het CVOM het doorsturen. Per telefoon hoorde ik van de rechtbank (Zwolle) dat de zitting over zo’n 6 maanden zou zijn. Ik vroeg om een eerdere datum vanwege het algemeen belang, daardoor werd de zitting op 30 april gepland.

Mijn commentaar op het vonnis

Standpunten

Betrokkene heeft samengevat aangevoerd dat:

– zij de gedraging niet betwist maar dat de sanctie is gebaseerd op een niet-bestaande of onrechtmatig bekendgemaakte beschikking; het zaakoverzicht voldoet niet aan de bijzondere bewijskracht van een ambtsedige verklaring;

– het CJIB en de BOA niet bevoegd zijn;

Tijdens de zitting heeft de gemachtigde namens betrokkene een toelichting gegeven op het

schriftelijke standpunt. Die toelichting is voor de rechtbank niet het vermelden waard ?!

De zittingsvertegenwoordiger (mw. mr. S. Bayram) heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren om de volgende reden(en):

[] De zittingsvertegenwoordiger verwijst naar een uitspraak van het Hof GHARL:2024:121 waarin staat vermeld dat er geen bepaling is die eist dat er een schriftelijk besluit moet zijn van de ambtenaar die de sanctie oplegt. Het besluit tot oplegging van de sanctie kan worden genomen door het aanleveren van de gegevens van de gedraging aan het CJIB. Het door het CJIB aan de betrokkene toegezonden document houdt de schriftelijke bevestiging in van het door de ambtenaar genomen besluit en moet worden aangemerkt als de beschikking in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Wahv.

  • Deze redenering van de (jonge) Officier van Justitie is anders dan die in de beslissing op het eerste beroep en de rechter merkte dat niet op. Verderop bespreek ik die uitspraak.
  • Dat arrest kende ik niet maar de strekking is mij bekend.
  • Ik reageerde met het ontbreken van een ambtsedige verklaring, waar het gerechtshof over viel in een andere zaak. Dat punt herkende de rechter niet, had zij mijn beroepschrift gelezen ? Ik gaf het haar bij het weggaan.
  • De rechter ging ook niet in op mijn bezwaar over het CJIB dat niet bevoegd is.
  • “Heeft u nog iets te zeggen, want er is beperkte tijd voor deze zitting” (op het scherm in de gang zag ik geen andere WAHV-zaken staan.

Overwegingen

Ten aanzien van de gedraging

Betrokkene betwist de gedraging niet maar stelt dat een deugdelijke beschikking ontbreekt. De kantonrechter overweegt dat de beschikking correcte informatie moet bevatten over de gedraging (het feit), het kenteken, de datum en de locatie. De gedraging wordt vaak vastgesteld door een opsporingsambtenaar of via een geautomatiseerd systeem (flitspaal). De gegevens hiervan vormen basis voor de beschikking. Nu aan deze eisen is voldaan faalt het verweer van de gemachtigde.

De rechter volgt de redenering van het gerechtshof en die is onjuist, lees verder.

Ten aanzien van zaakoverzicht niet status ambtsedige verklaring

Bij geautomatiseerde vaststelling (flitspaal) wordt geen ambtsedige verklaring opgemaakt door een verbalisant. De gegevens in het zaakoverzicht hebben niet de status van weergave van de inhoud van een ambtsedige verklaring. Dat hoeft op zichzelf niet te betekenen dat de sanctie niet in stand kan blijven. maar heeft wel gevolgen voor de bewijskracht van de verklaring in het zaakoverzicht. ln het algemeen zal het erop neerkomen dat [] er meer moet zijn dan de vermeldingen in het zaakoverzicht. In deze zaak zijn dat foto`s van de gedraging en een proces-verbaal van schouw digitale flitspaal en bebording. Bovendien wordt de gedraging ook niet betwist.

  • De foto’s zijn onvoldoende; een verbalisant moet ze bekrachtigen in een ambtsedige verklaring.
  • Dat de gedraging niet betwist wordt komt drie keer voor in het vonnis, ondanks dat dit irrelevant is vanwege de aard van de bezwaren.

Ten aanzien van het niet bevoegd zijn van de BOA en het CJIB

In het kader van de vraag naar de bevoegdheid van de ambtenaar die een administratieve sanctie heeft opgelegd is het bestaan van de bevoegdheid van de betreffende ambtenaar het uitgangspunt. De enkele betwisting van de bevoegdheid, dan wel het in meer algemene zin aan de orde stellen daarvan door het stellen van vragen of het doen van suggesties. doet geen gerede twijfel omtrent de bevoegdheid van de ambtenaar ontstaan. Het hof heeft in vaste jurisprudentie aanvaard dat het besluit tot oplegging van de sanctie door de aangewezen ambtenaar kan worden genomen door het aanleveren van de gegevens van de gedraging aan het CJIB. Het CJIB is op zijn beurt belast met de tenuitvoerlegging daarvan. De kantonrechter verwijst hierbij naar de uitspraak van het Hof GHARL:2024:121.

De verkeersboete is terecht aan betrokkene opgelegd. / De kantonrechter zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

  • In het beroepschrift stonden geen vragen of suggesties maar een reeks redenen waarom de BOA (en het CJIB) niet bevoegd zijn.

Het vonnis werd op 27 mei verzonden; deze zaak werd binnen éen jaar behandeld, voor mijn zaken ongehoord vlot.

Het vervolg

Eén uiting van mw. mr. De Loor (rechter sinds 2021) was juist: Dit betreft alle verkeersboetes, dan is het een zaak voor de Hoge Raad.

Eerst zal ik vragen om een hoger beroep bij het gerechtshof, ook al was de boete geringer dan de drempel.

Ik concludeerde dat het arrest 2024:121 een valse voorstelling van zaken geeft. Dit leidde tot een sterkere versie van het beroepschrift, dat ik gebruik in drie nieuwe zaken (juni 2026.

 

Laatste verbetering 5 juni 2026

Scroll naar boven