Disco’s in Amsterdam, begin jaren ‘80

In de berichten over de dood van Jan Lenferink (6-3-2026) staat -uiteraard- het begin van zijn BN-schap. RUR -Rechtstreeks uit Richter- was zijn talkshow, aanvankelijk om meer publiek naar de zaak te trekken op zondagmiddag. Pas later werd het een populair en baanbrekend tv-programma.

Daardoor ging ik  Studeren in Amsterdamlezen in de gidsen voor eerstejaars Studeren in Amsterdam. In 1980 en ‘81 was ik redacteur en schreef een paar pagina’s over dansgelegenheden In 1982 was ik gastschrijver en schreef zeven bladzijden over discotheken, die in die jaren opkwamen als opvolgers van dancings.

Dat stuk publiceer ik, met behulp van scanner, OCR, AI en textfixer.

Over RUR “… op zondagmiddag radio-opname (?). Bekend interviewer spreekt met drie bekende Nederlanders.”

De citaten komen uit een NRC-artikel van januari 1982 Moderne trends in het Amsterdamse caféleven van Tom Rooduijn, dat ik nu vond. Ik schat dat ik het destijds niet kende.

Veel plezier.

 

Het is maar een illusie

Er zijn studenten, die niet in Utrecht, Tilburg of Enschede gaan studeren, vanwege het gebrek aan discotheken. Bij hen ontbreekt het vermogen tot afweging maar ze hebben wel een kijk op het discothekenbestand.

Buiten de universele bar-dancings (klein, bruin, hoofd stoten tegen de luidspreker) zijn er in dergelijke steden hooguit vijf. Drie daarvan vallen direkt af (niet jouw publiek, te duur, enzovoorts). Dan kun je net afwisselen, maar na enige tijd heb je beiden wel bekeken. Dan verliezen ze hun aantrekkingskracht.

In Amsterdam is de keus ruimer. Meer dan voldoende ruim voor degenen, die alleen naar de twee gelegenheden gaan, waar ‘studentendiscotheek’ op de deur staat, niet ruim genoeg voor de scherpslijpers, die, overal geweest zijnde, opmerken dat het daar of daar wel aardig is, maar over geen enkele tent echt tevreden zijn.

Naar een discotheek ga je voor ken opeenhoping van jeugd-cultuurelementen. Dans, muziek, seks, drank, modieuze kleding, gekleurd licht. Reclame, tijdschriften, de Nieuwendijk en de discotheken zelf hebben er een onontwarbare kluwen van gemaakt. Het patroon ligt vast, uit de ontsnapping (de jongeren heten te vluchten in de disco-wereld) is geen ontsnapping mogelijk. Als iemand dat zou willen; die opeenhoping is immers perfect fantastisch. Of is het beeld perfect fantastisch? Bekijk die jongen (perfect) en dat meisje (fantastisch) daar op de dansvloer. Ze lijken gelukkig. Als je goed kijkt, ga je ernstig vermoeden dat dat komt door hun stellige indruk dat op die plaats, tussen al die mensen, in die kleren het geluk te vinden is.
Het is een goed deel onbewuste indruk, overgebracht door reclame, tijdschriften en de rest. Verder is het simpel: ze gummen de jongen en het meisje uit het plaatje uit het tijdschrift en gaan er zelf staan. Dit mechanisme werkt bij alle jongeren, hoewel er van type tot type verschillen bestaan.
In discotheken ontbreken gedachten: dit is de leegheid, oppervlakkigheid van disco. Dit lijkt een terechtwijzing, maar zo bedoel ik het niet: waardeoordelen over het geluksgevoel -of wat dan ook- van discothekers -of wie dan ook- kunnen nergens op gebaseerd zijn en zijn slechts stukjes taal. Bovendien is de gedachteloosheid buiten de discotheken maar weinig kleiner.

Naar Dansen bij Janssen [Handboogstraat 1] ga je vanwege het publiek dat uit studenten en studerenden bestaat. Men staat meestal elleboog aan rug in de kleine ruimte. Wat er aan ruimte rest, wordt ingenomen door gevarieerde, matige muziek die beroerd uit de luidsprekers komt. Niks voor mensen met oren. De consumpties zijn goedkoop en de leegte is minder merkbaar.

Naar de Snelbinder [Tuinstraat 237] ga je omdat het een denksportcentrum heet. Tot tien uur worden er spelletjes gedaan, dan ongeveer opent de discotheek. Noemenswaardig pluspunt is alleen de grote afmeting van de ruimte. Meerdere, hoge ruimtes, met balustrades en trappen. Het is een discotheek waar je in het begin kan verdwalen. De hoge ruimte resulteert echter niet in een lagere temperatuur. De uitbaters houden het, met het oog op de consumptie, lekker warm. Dit gebeurt helaas in veel dancings. De muziek is gevarieerd, vrij goed en uiterst herkenbaar. Er zijn regelmatig live-optredens.

Flora palace [Amstelstraat 24] heet ’the hottest place in town’! Niet in letterlijke zin, want deze voormalige bioscoop is hoog en niet te warm. Heet zijn wellicht de modderbadgevechten, het zwembad op de dansvloer (eenmalig, omdat de wand het begaf), de muziek (Amerikaanse soul, funk, disco; niet slecht, wel te weinig variatie). Flora heeft wel een verhoogde dansvloer, ovaal en groot. Deze werd vroeger op zondagmiddag voor rolschaatsers opengesteld. Het liep af bij gebrek aan belangstelling. Ook ’s nachts zie je maar heel zelden een rolschaatser. Toch blijft het aardig, om het op een stil tijdstip een keer te doen. Het publiek is met huid en haar aangepast aan dit discopaleis. Meer dan waar ook wordt hier de mode op de voet gevolgd. Als gevolg van de misvatting, dat er rond de dansvloer iets te zien moet zijn, worden er soms tekenfilms en reclames voor speelfilms vertoond. Dansen en kijken tegelijk wordt snel iets akeligs.

 

Net als de Snelbinder ligt het Okshoofd [Herengracht ll4] geheel buiten de uitgaanskringen. Veel publiek wordt per taxi aangevoerd. Er komen niet alleen studenten, ook mensen die gewoon wat later door willen gaan. Tot dik vijf uur blijft het druk. Gevestigd in een grachtenpand zijn danskelder, drie bars, een nachtrestaurant. De muziekselectie verandert in de loop der jaren weinig en past goed bij deze sociëteit.

 

De Koer [Nieuwezijds Voorburgwal 155] afficheert zich als cocktailbar, nachtclub. Het is gericht op volwassen, serieuze mensen, die exquise dranken, knallende kapsels, zeer hedendaagse muziek en een kaal, helder interieur op hun waarde weten te schatten. De meeste bezoekers zijn modern gestileerd (onder ‘modern’ moet je ook stijl jaren 50-60 rekenen). Hier verschijnt men niet in ribbroek en polo-shirt. En andersom: hier kun je wel gerust die gedurfde combinatie aantrekken (verondersteld dat deze klopt, en in zekere zin verantwoord is). Het lijkt wel of hier meer -verveeld- om zich heen gekeken wordt. Vaak golft bij mij de tekst binnen: ‘Night people/ hanging out/looking at each other/ waiting for something to happen’.

Een danstent is het niet; een van de redenen is het ontbreken van een herkenbare dansvloer. Tegenstrijdigerwijs verlaagt een opstap of overgang van staanplaats naar dansplaats de drempel voor het dansen.

.. De Koer, door velen beschouwd als het meest avant-gardistische danspaleis. In de hoge, witte ruimte staart het merendeel van het publiek zwijgzaam naar een dansend groepje. Dat de dansers van De Koer een ‘huisstijl’ hebben ontwikkeld werd al opgemerkt door het punkmeisje Boebie: ‘Je beweegt met je hoofd en met je handen en de rest hou je nogal stil.’ Ter aanvulling nog wat essentiele kenmerken van dit ‘koerig dansen’: het bijeen houden van de (iets gebogen) knieën, de schuin voorover hellende rugge- en halswervel, waardoor de blik neerwaarts is gericht, het op de grond houden der schoenpunten en het ritmisch maken van krampachtige, licht spastische bewegingen. Gelet op de kleding waant een argeloze bezoeker zich te gast op een gemaskerd schoolbal. Schonkige, bleke jongens, gehuld in het te wijde jasje van vaders drie-delig costuum. De herenkapsels zijn vrijwel allemaal zeer kort opzij en van achteren, terwijl vóór een weelderige lok tot over de ogen rijkt (sic) . Bij de meisjes staat het dikwijls meerkleurige haar alle kanten op; een enkeling heeft zich opgemaakt als een indiaan op oorlogspad. Eigenaar van De Koer is Eddy de Clerc, afkomstig uit Gent. De opzet ‘dat je een soort feestje geeft’ heeft hij in De Koer ook geprobeerd te realiseren: de avonden dat hij zijn ruimte omtoverde in een sprookjesbos of in een Middeleeuwse burcht noemt hij hoogtepunten. De Clerc is van plan zijn bezoekers meer te bieden dan alleen de klanken van Bobby Bland, New Order, Soft Sell en Siouxie & the Banshees.’

In een Brits mode/muziektijdschrift stond de sociëteit Mazzo [Rozengracht 114 ] op een lijst van zes geprefereerde discotheken in Europa. Samen met zaken in Berlijn, Londen, Glasgow. Of dit terecht is, valt moeilijk te beoordelen, wanneer je de concurrenten niet kent. Toegegeven, Mazzo heeft bijzonderheden. Kunstenaars kunnen er een bepaalde periode hun dia-serie, video-programma of zestien-millimeter-film vertonen. Een wand wordt geheel behangen met video-beelden. Deze zijn lang niet altijd interessant, en vaker werken ze storend (de wand ligt aan de dansvloer). Maar alleen Mazzo probeert het. De aankleding ligt een buislengte voor op de concurrentie.

Meer dan bij andere discotheken, bestonden rond Mazzo elkaar tegensprekende verhalen over de toegang. De sociëteit was besloten, voor mensen die op audiovisueel gebied bezig zijn. Kon je wel of niet lid worden, wanneer je buiten die categorie viel? Werden er introducees toegelaten? Werd er vooral op het uiterlijk gelet? Kon je er vroeg op de avond zo in? Nu is het duidelijker: collegekaarthouders kunnen in principe lid worden, Iedereen kan in principe een dagkaart kopen.

De geluidssterkte is het zwakke punt. Zachte muziek op zich is niet erg, maar wel in combinatie met andere geluiden als stemmen, schoengeschuifel en dergelijke. Dan moet je moeite doen om op de muziek geconcentreerd te blijven. Wel worden er goede, moderne platen gedraaid. Ook hier geen echte dansvloer. Dat betekent dat je moet dansen voor de neus van iemand, die met een glas in de hand staat te kijken. Dan botsen niet twee mensen, maar twee sferen.

Ook Mazzo heeft plannen om zijn aanbod te variëren: een eigen blad is in voorbereiding, er komt een “Fashion-festival” en bands, acts en films staan op het programma.

In de Kosmos [Prins Hendrikkade 142] wordt op vrijdagavond meditatief gedanst. Andere dansstijlen komen er ook voor. Wel is iedereen blootsvoets. Prettig is dat niet, op de vezelige vloertegels, maar het hoort erbij. Verder hoort erbij: het ontbreken van bars, speelautomaten, lichteffecten, en disco-geluiden. Er wordt een onbekende en zeer diverse selectie muziek gedraaid. Kortom, het lijkt nergens op; de Kosmos is off-disco. Hier moet je een keer geweest zijn.

 

Naar Tijl Uijlenspiegel [Korte Leidsedwarsstraat 105] ga je zonder bijzondere reden. Een reden zou de behoorlijk grote ruimte kunnen zijn. Veel groter dan de plek, een straat verder, die ze eind ’81 verlieten. Een ruime entrée, een biljarttafel, veel plaats rondom de dansvloer. Het interieur is donker, saai en wat sjofel. Echt iets voor studenten? Het zijn wel de minder sjofele studenten die hier komen, De muziekkeus is onmogelijk uiteenlopend, van geijkt tor verrassend, van reggae tot hardrock. Kortom, het abc van dansmuziek.

 

Ik zou niet weten, waarom je naar Dansfloor [Haarlemmerstraat 25] gaat. Die deur blijft voor mij en mijn sexegenoten gesloten. Dansfloor is in de ruime omtrek de enige vrouwendiscotheek. In Berlijn is iets dergelijks en in de VS zullen ze ze zeker ook kennen. Waar een groot dorp al niet groot in kan zijn. Het herbevestigt de unieke plaats van Amsterdam in sociaal- cultureel- onderhoudend opzicht.

dansfloor flyerDe vraag is niet: waarom een vrouwendiscotheek, wel: waarom is hij er pas in maart ’82 gekomen? Waren er al niet veel lager soortgelijke restaurants, cafés ? En zijn disco’s niet de plaatsen waar vrouwen de meeste versierhinder ondervinden? Dansfloor schijnt flink in een behoefte te voorzien, Een behoefte van oudere en jongere, homo- en heterosexuele vrouwen, van ver weg en dichterbij. Buiten openingstijd aanschouwde ik de ruimte. Conventioneel interieur, bruin, plantje, spiegelbol. Beperkte oppervlakte, waarop wel twee dansvloertjes liggen. Er schijnt “van alles” gedraaid te worden. Dit is logisch, gezien de doelstelling en het publiek.

[mede-eigenaar was Floor Dweelaard, zie Lesbisch uitgaan]

 

Redactie Studeren in Amsterdam 1981
Redactie Studeren in Amsterdam 1981

Dé discotheek van de stad is 36 op de schaal van Richter [Reguliersdwarsstraat 36]. Iedereen gaat er heen, heet het. Bedoeld wordt: iedereen die van zichzelf vindt dat hij of zij meetelt, gaat er heen. Een veel verdienende en veeleisende groep mensen, bij wie alleen dan het zweet uitbreekt bij de gedachte niet in de juiste localiteiten gezien te worden. Elke nieuwe discotheek, enigszins gericht op deze groep, weet zich verzekerd van een stormachtige belangstelling. Tot de volgende nieuwe discotheek opent gaat.

In tegenstelling tot het publiek is Richter eigenzinnig. Muziekkeus, het voortijdig afbreken van een plaat, eigenzinnig. Een borstbeeld naast de draaitafels, een metershoge ingelijste spiegel in twee stukken, kubusstoelen met roze zitting, een kroonluchter: eigenzinnig.
Extra optredens van popgroepen en op zondagmiddag radio-opname. Bekend interviewer spreekt met drie bekende Nederlanders.

 

De oudste discotheek van de stad is DOK. Niemand spreekt van De Odeonkring. Homofielen uit binnen- en buitenland en uit uiteenlopende “scenes” vormen het publiek, samen met enkele vrouwen en een verdwaalde ziel, die eigenlijk naar Odeon wilde. De beperkte dansvloer wordt aan een zijde begrensd door een spiegelwand, met lampen rondom. Het interieur is in disco-stijl, met als kleuren zwart, wit en grijs. Zee: veel disco-muziek wordt er gedraaid.

De Vikingbar is ook een homo-discotheek en in veel opzichten vergelijkbaar met Dok. Omdat hij kleiner is en minder stijl kent, is hij wat minder interessant.

In de Toy-shop kun je leren hoe het hoort. Als er iemand is die dat zou willen. Op disco-platen-die-iedereen-kent dansen jongens en meisjes twee aan twee. Jongen met jongen valt buiten de norm, dat gebeurt niet. Iedereen heeft zich in dezelfde boetieks laten verpakken. De Toppop-discotheek komt er vaak langs. Geheel overbodig, want de Toy-shop is Toppop in het echt.

 

In de Schakel zijn wat nieuwigheden die verder gaan dan bij voorbeeld het videoprogramma (hoewel dit ook aanwezig is). Er stond (staat?) een Fiat 600 geparkeerd. Men kon erin gaan zitten, de platendraaier opbellen en een verzoek indienen. Dat nummer werd via de twee aangebrachte hoofdtelefoons afgespeeld. Naar verluid komt er een door plexiglas acoustisch geïsoleerde hoek, waarin een aantal mensen naar hun eigen platen kunnen luisteren, terwijl buiten de avond normaal verloopt. In de hal staat tuin- meubilair. ]e weet nooit of de Schakel er zo uit ziet als bij je laatste bezoek. Dit is al lang zo. Een drietal jaren terug veranderde het van een homofielendiscotheek in een superdisco, voor iedereen. Spots, puike neonfiguren, veel spiegels, kleine, zeshoekige tafels. Toen vorig jaar Flora opende, werd het stiller in de Schakel en verschenen er wat dertigers en veertigers (toeristen?). Dit jaar werden de spiegels gedeeltelijk vervangen door zilverfolie, er kwamen hoge tafels met barkrukken en de toegangsregeling werd minder strikt. De muziek bleef in hoofdzaak disco-achtig, met tussendoor andersstijlige dansnummers. Ook onder discotheken bestaat het stempel “veelbelovend”.

De laatste tijd zijn hier cafés geopend waar men veel aandacht aan het interieur heeft besteed. Weltschmerz, het Oerwoud, De Plak [Lindengracht 62, Haarlemmerdijk 165, Utrechtsestraat 54]. In de laatste is ook een kleine ruimte om te dansen. Maar De plak is alleen volgens de definitie een bar-dancing. Er is geen randje bruin te vinden, wel een paar bijzondere lampen, die zeker niet uit een winkel komen. De muziek is zeer goed gekozen en niet op discotheeksterkte.

De vier eigenaars van Weltschmerz volgden met hun interieur de nieuwste richtlijnen. In een zaaltje achter, “de Flexible Response Room, wordt een expositie rond scheren gehouden. Bij de opening wordt de gevel met scheerschuim ondergespoten, waarna met een reusachtige krabber Weltschmerz ‘geschoren’ wordt. Ter voorkoming van gerucht, dat buren van de luid gespeelde klanken van o.m. Echo & The Bunnymen, DAF, The Au Pairs, You Too (sic) en The Sound dreigden te ondervinden, is zeer geavanceerde geluidsisolatie aangebracht.

In deze remake van de Berlijnse Junglebar (nee: Dschungel !) worden tot in de kleine uurtjes milkshake’s verstrekt, vermoedelijk daar deze zich goed laten versnijden met de geestverruimende sigaretjes, die van hand tot hand gaan.

Met de leus “For the Immoral Minority” [knipoog naar de Moral majoriy van Reagan] opende enkele maanden geleden café De Plak zijn poorten, opgezet als ‘alternatieve bedrijfsvorm’; wat overblijft gaat naar actiegroepen. Deze ‘Koöperatieve vereniging’ spreekt in een gestencilde beginselverklaring van ‘het aktiverende karakter’, waarin bij een betaalbaar glas ‘mensen van verschillende pluimage het wonderwel met elkaar kunnen vinden, zonder dat er sprake is van een nichtenkafé of een kraakkafé’. Een bezoek leert, dat er inderdaad sprake is van een mengvorm der beide categorieën. De muziek is overwegend New-wave; aan de wand een immense ritssluiting.

Odeon [Singel 460] is gevestigd in een hoog, authentiek grachtenpand. Op de vloer is een dansvloer ingetekend. Knullig; of je maakt een dansvloer of je maakt hem helemaal niet. Even knullig zijn de twee luidsprekers, opgesteld op navelhoogte. Het wat oudere publiek, dat hier komt en blijft, stelt duidelijk geen hoge eisen.

De dancing in een fraai gerestaureerde blauw-grijze zaal, is in beginsel opgezet om de kosten die het theater met zich meebracht, enigszins te drukken. Men biedt er beschaafd divertissement bij de klanken van Al Jarreau, Shirley Bassey en Human League. Terwijl enkele in blazer gestoken heren zich met hun laaggehakte dames ritmisch op de dansvloer voortbewegen ..

[ Vergelijking met het buitenland ]

In Antwerpen is discotheek Pacquet, waar twee dansvloeren zijn, elk aan een uiteinde van de ruimte. Dit lijkt op het eerste gezicht een overbodige nieuwigheid. Doch hier ontbreekt de geestdodende fixatie op die vloer. Je kan kiezen tussen twee plaatsen. Meestal is een vloer druk en de ander leeg, dit wisselt voortdurend tijdens de avond. Dansend op een vloer kun je blikken werpen op de andere vloer. Het is een schitterende ervaring. De muziek was er bij de tijd en liep dus een maand voor op de muziekkeus in Amsterdam. [Pacquet is niet te vinden op het www]

En wat is Pacquet eigenlijk in vergelijking met paleizen in Parijs en Londen? Daar wordt met laserlicht gesmeten, is de ruimte niet te overzien en bewegen de vloeren. In dit licht gezien, moet gezegd worden, dat Amsterdam geen discotheektraditie kent. Buiten enkele uitzonderingen bestaan hier tussen de dancings geen verschillen. De toekomst ziet er even flets uit. Ideeën als het invoeren van een muziekstilte van vijf minuten, drie maal per avond, zullen nooit verwerkelijkt worden. Men heeft zich vastgelegd op één, nauwsluitend patroon: een vloer met van begin tot eind muziek, punt.

En wat gebeurt er áls iets nieuws verschijnt? Als, bijvoorbeeld, Mazzo draagbare radio’s met hoofdtelefoon. waarop je drie verschillende Mazzo-kanalen kan ontvangen, gaat verhuizen? [Heeft Mazzo dit gedaan ? -vreemde zin]

Dan blijkt dat er niet genoeg belangstelling is. Ik ga in Berlijn studeren. [In oktober ’82 ging ik een bijvakstage doen in West-Berlijn, waar het nachtleven tatsächlich gevarieerder, leuker en uitbundiger was ]

Nawoord

  • Helaas: foto’s ontbreken; in de gids staan slechts foto’s van een terras en een uithangbord.
  • ‘Het artikel is vrijwel niet bewerkt, de meeste taalfouten bleven staan zoals sexegenoten.
  • De lijst met adressen, openingstijden en prijzen stond er achter. Voorbeeld De Koer: f 5,- per avond, lidmaatschap f 8,50 per maand
  • De disco’s herinner ik mij vrij goed, alleen Toy Shop, Dansfloor (logisch) en Weltschmerz niet (in NRC Weltschermz, Weltschmerz en Weltschmertz getypt en gezet)

 

Laatste verbetering 13 maart 2026

Scroll naar boven